Politici en hun tuinen zijn een vreemde combinatie om over te schrijven, maar de tuin van Caroline van der Plas is in zekere zin een statement op zich. Geen designkavel met grafische heggen, geen aangelegde Engelse cottage-tuin, maar een herkenbaar boerenerf — beestjes, bloemenweide, geen gemillimeterde randjes. Voor wie politiek wegfiltert en alleen naar tuinontwerp kijkt, is dat eerlijk verfrissend tussen het rijtje strakke modeltuinen die je tegenwoordig op Instagram voorbij ziet komen.
Ik geef hier mijn visie op de “boerenerf-tuin” als interieurconcept voor doorzonwoners, geïnspireerd door wat publiekelijk bekend is over Carolines woonomgeving in Deventer. Niet als politieke uitspraak — ik laat dat aan anderen over — maar omdat de tuinstijl zelf, helemaal los van de eigenaar, een serieuze comeback verdient.
De boerenerf-tuin als reactie op de “designtuin”
De laatste tien jaar werd de Nederlandse tuintrend strakker, schoner, ingedeelder. Tegels in zandkleur, grafische bestrating, één boom als focuspunt, een vijver-strookje. Mooi voor een Pinterest-foto, maar in de praktijk steriel — bijen vinden er weinig, kinderen kunnen er niet rondrennen, de hond ligt er stil op de stenen. De boerenerf-tuin is in feite het tegenovergestelde: rommelig, kleurig, fysiek leefbaar.
De kern: minder verharding, meer beplanting, meer “levende” elementen. Een kippenhok hoeft niet — al zou dat wel kunnen — maar wel een ruwere randbeplanting in plaats van een strakgemaaide haag. Een bloemenweide-strook in plaats van puur gras. Een ouderwetse waterbak die merels en mussen aantrekt. Een appelboom waar je niet om dezelfde reden boos wordt als hij vrucht draagt.
Waarom een 80 m² tuin dit ook kan
Het misverstand: een boerenerf-tuin werkt alleen op een erf. Niet waar. Bij ons hebben we 12 meter diep en 7 meter breed achter het huis — een doorzon-doorsneetuin — en in de afgelopen twee jaar hebben we hem volledig omgevormd. Helft tegels eruit (alleen rondom de tuinset bleef), een hoek bloemenweide gezaaid, een wilde appelboom gepoot, en in plaats van de strakke conifeerheg langs de erfgrens kwam een mix van vlierbes, hazelaar en meidoorn.
Resultaat: dagelijkse vogels, drie kikkers die uit het niets zijn gekomen, en kinderen die buiten spelen omdat er meer te beleven valt dan een schommel op stenen. Veel werk vooraf? Een weekend per fase, gespreid over twee jaar. Veel onderhoud? Eerlijk gezegd minder dan de strakke versie — geen mos uit voegen wieden, niets zoals voortdurend bijscheren.
De beplantingskeuzes die er echt toe doen
Een boerenerf-tuin staat of valt met inheemse, robuuste beplanting. Het is geen tuin voor een speciaalkwekerij-rosa met etiket. Dit zijn de soorten die in mijn ervaring het verschil maken: meidoorn (haag of solitair, bessen voor vogels in de winter), vlierbes (krijg je vlierbloesemsiroop én vogels van), wilde appel of perenboom (vrucht, schaduw, bloesem in voorjaar), wilde marjolein als bodembedekker (geurig, bijen-magneet), en stokrozen langs een schuurmuur of erfgrens (klassiek beeld, weinig onderhoud).
Wat ik bewust geweerd heb: thuja-coniferen (te clean, geen waarde voor wildlife), kunstgras (geen gesprek over op een wonen-site), en zwevende mediterrane potten met buxus (een mode-trend die niets met onze klimaatzone te maken heeft). Sorry, ik weet dat dat persoonlijk klinkt — maar in een boerenerf-style passen ze gewoon niet.
Wat de tuin van politici ons leert over wonen
Politici worden door media vaak afgebeeld in hun “natuurlijke habitat” — keuken, tuin, eettafel. Bij Caroline van der Plas zien we steevast die landelijke setting, en het werkt voor haar identiteit. Maar het werkt ook gewoon als wonen-statement: je hoeft geen designgevelpand in een binnenstad te hebben om karakter te tonen. Een uitlopende bloemenrand in een doorzonwoning kan net zo persoonlijk zijn — als je consequent kiest voor levendige, niet-modieuze beplanting.
Dat is voor mij de centrale les uit het tuinbeeld dat ze laat zien: ga niet voor wat er in de Praxis-folder ligt, ga voor wat past bij hoe je daadwerkelijk wilt leven. Voor mij betekent dat eten oogsten uit de tuin, bij de buurvrouw langslopen langs een rommelige meidoornrand in plaats van een steriele heg, en een tuin hebben die in november nog ergens “leeft”. Caroline of niet, dat is een blijvend model.
Eén concrete actie voor wie hierin geïnteresseerd is
Begin klein. Haal volgend voorjaar één vierkante meter tegels op uit je tuin, vervang met een aarde-leem-mix (te koop bij Welkoop voor € 8 per zak), en zaai er een meegezaaide bloemenmengsel-zaadje op uit een biologisch tuincentrum. Twee maanden later staat er een hoekje van een boerenerf-tuin. Bevalt het, ga door. Bevalt het niet, leg de tegels terug — kosten: € 15, schade: vrijwel nul. Maar in mijn ervaring beval het bij iedereen die ik het heb zien doen, ook bij de meest tegelfobische tuintypes.
Bron: publiekelijk gedeelde tuinbeelden in interviews en op X (voorheen Twitter); algemene observaties over de landelijke tuinstijl in Nederland.
