Jort Kelder is een van die Nederlanders die je in interviews zo herkenbaar het over zijn huis hebt horen praten. Hij weet hoe hij over wonen moet schrijven — zijn columns gaan vaak over Amsterdamse buurten, klassieke architectuur en de absurditeit van de huizenmarkt. Daardoor is er voor wie geïnteresseerd is in zijn woonstijl ongewoon veel publiek materiaal beschikbaar.
Hieronder een tijdlijn van zijn bekend geworden woonadressen en de interieurkeuzes die we daarbij hebben kunnen opmaken. Geen sensatie, geen “kijk-de-rijke-meneer”, maar een eerlijke kijk op hoe één publieke Nederlander zich door de jaren in zijn huis ontwikkelde.
Jaren ’90: studentenkamer in de Pijp
Jort begon zijn Amsterdamse jaren — zoals zovele studenten — op een kamertje in de Pijp. In oude interviews verwees hij ooit naar een kamer aan de Albert Cuypstraat, drie hoog achter, met de gebruikelijke huurstudent-inrichting van die tijd: een tweedehands tafeltje van een markt, een matras op de grond, en een boekenkast van pallets. De stad in zijn meest pure (en goedkope) vorm.
Wat je interessant vindt: ook in die periode las hij al uitvoerig over architectuur en interieur. De ambities waren er, het budget niet — een combinatie die voor veel Amsterdammers herkenbaar is.
Begin jaren 2000: doorbraak en eerste eigen woning
Toen Jort als hoofdredacteur van Quote naam maakte en de bekende RTL-talkshows aan het optreden was, kocht hij een appartement in een meer centrale Amsterdamse buurt. Welk adres precies hield hij privé, maar uit gesprekken die hij later voerde komt naar voren dat het ging om een appartement op de Prinsengracht of dichtbij — typisch grachtenpand-stijl, hoge plafonds, originele vloeren.
De interieurstijl in die periode was duidelijk klassiek-Hollands: donkere houten boekenkasten, antieke meubels, een mix van erfstukken en goed gekozen design. Niet minimalistisch, maar evenmin overladen.
2010-2015: penthouse op de Zuidas
Rond deze jaren werd in de media een verhuizing genoemd naar een penthouse-appartement op de Zuidas of het IJ-front — modernere architectuur, veel glas, uitzicht over de stad. Dat was duidelijk een ander tijdperk: minder boekenpracht, meer strakke lijnen, mogelijk een knipoog naar wat hij elders in zijn werk over moderne architectuur schreef.
In interviews uit die periode klonk Jort altijd voorzichtig over zijn eigen woonkeuzes — hij wist dat hij als BN’er gemakkelijk doelwit van afgunst kon worden, en hield details bewust vaag.
2015 en verder: terugkeer naar de grachten
Tegenwoordig woont Jort weer in een grachtenpand of vergelijkbaar centraal Amsterdams huis. In recente columns en social media-posts beschrijft hij zijn favoriete interieurkeuzes: een Chesterfield-bank, een hoofdrol voor zijn boekencollectie (een leven lang lezen, een leven lang plankruimte), en een keuken die hij meermaals heeft laten ontwerpen door specialistische makers — een Bulthaup-achtige aanpak, met veel rvs en eikenhout.
Zijn smaak heeft zich verfijnd. Waar in de Pijp-tijd alles tweedehands en uit nood was, is in zijn huidige huis duidelijk gekozen voor de kwaliteit-boven-kwantiteit-aanpak. Minder spullen, maar elk stuk overwogen.
De vaste elementen in zijn interieur
Door de jaren heen zijn er een paar elementen die steeds terugkomen in foto’s en columns. Een grote boekenkast die hij beschouwt als zijn belangrijkste interieurstuk. Een leeshoek met goed licht. Klassiek-Hollandse erfstukken (een paar schilderijen, oude meubels uit zijn familie). En een keuken die functioneel is, niet pronkerig — kook-pannen die er hangen omdat ze gebruikt worden, niet om gefotografeerd te worden.
Wat zijn woonstijl ons leert
Voor wie zijn interieur opnieuw bekijkt, biedt Jorts evolutie een paar interessante observaties. Eerste: een huis mag groeien met je leven mee — niets veranderlijker dan smaak. Wat in je twintiger jaren stijlvol leek (Ikea-meubel, neonlicht) kan tien jaar later schreeuwen om vervanging. En dat mag.
Tweede: één persoonlijk thema — bij hem dat zijn boekencollectie — geeft een huis een ankerpunt. Voor jou kan dat zijn: een muziekkamer, een verzameling foto’s, een vintage-rij eetkamerstoelen die je over de jaren bij elkaar zocht. Iets waaraan je herkenbaar wordt.
Derde: kwaliteit boven kwantiteit, vooral naarmate je ouder wordt. Liever vier mooie objecten dan veertig matige. Dat is een principe dat Jort in zijn columns vaak hanteert, en dat in zijn eigen interieurkeuzes duidelijk doorklinkt.
Naar de toekomst
Of Jort de komende jaren weer een verhuizing aankondigt is gokwerk. Wat duidelijker is: zijn voorliefde voor klassieke Amsterdamse architectuur — grachtenpanden, historische gevels, eikenhouten vloeren — zal blijven. Zijn interesse in wonen is geen mode, maar een vakgebied dat hij intellectueel benadert.
Voor liefhebbers van Amsterdams binnenstadswonen blijft hij daarmee een interessante stem — niet omdat hij rijk en bekend is, maar omdat hij erover schrijft alsof het écht ergens om gaat.
De feiten in dit artikel zijn gebaseerd op publieke bronnen, interviews en columns. Specifieke woonadressen worden om privacyredenen niet vermeld.