Een zwevende plank is een van die dingen die er alleen goed uitzien als je hem niet ziet hangen. Geen beugels, geen schroefkopjes, alleen een streep hout die uit de muur lijkt te komen. En precies daarom is het ook het meubelstuk dat het snelst goedkoop oogt, want zodra hij een halve centimeter naar voren zakt of scheef staat, kijkt iedereen die de kamer binnenkomt daarnaar. Ik heb bij klanten meer doorgezakte planken gezien dan me lief is, en in vrijwel alle gevallen lag het niet aan de plank maar aan wat erachter zit.
Het principe is simpel natuurkundig gedoe. Bij een gewone plank op zichtbare dragers rust het gewicht op de drager. Bij een zwevende plank hangt alles aan een paar stalen pennen die in de muur steken, en die pennen werken als een hefboom: hoe dieper de plank, hoe harder de bovenste bevestiging naar buiten wordt getrokken. Een plank van vijftien centimeter diep met wat kaarsen erop is nergens een probleem. Een plank van dertig centimeter vol boeken vraagt om een muur en een plug die dat aankunnen.
Wat je nodig hebt
- Blinde plankdragers of een montagerail, passend bij de dikte van je plank. Bij Gamma, Praxis, Karwei en Hornbach liggen ze in de afdeling bevestigingsmaterialen, meestal per set van twee.
- Een massieve plank van minstens 3 centimeter dik, of een kant en klare zwevende plank met voorgeboorde gaten. Ikea heeft de Lack en de Bergshult, de bouwmarkt verkoopt losse eiken en vurenhouten planken die je op maat laat zagen.
- Pluggen die bij je muur passen, dus niet de standaardpluggen uit het doosje bij de dragers.
- Een boormachine, en bij steen of beton een klopboormachine.
- Steenboren of houtboren in de maat van je plug, plus eventueel een lange houtboor voor de plank zelf.
- Een waterpas van minstens 60 centimeter, of een kruislijnlaser als je er een hebt.
- Een leidingdetector, te koop vanaf een euro of twintig bij elke bouwmarkt.
- Potlood, rolmaat, een schroevendraaier of ratel, en een stofzuiger voor het boorstof.
Op één ding zou ik niet bezuinigen en dat zijn de dragers. De dunne exemplaren van vijf euro buigen zichtbaar door zodra er iets zwaars op komt, en dan hangt er een plank die er duur uitziet aan staal dat dat niet is. Massieve pennen van twaalf millimeter of meer kosten een paar tientjes en gaan de rest van je leven mee.
Zo hang je hem op
- Bepaal eerst wat voor muur je hebt. Klop met je knokkel: klinkt het hol, dan zit je op gipsplaat of een voorzetwand, klinkt het dof en massief, dan is het steen, beton of gasbeton. Boor een testgaatje op een plek die straks achter de plank verdwijnt en kijk naar het stof. Rood stof is baksteen, grijs en hard is beton, wit en poederig is gasbeton, en wit en licht is gips.
- Zoek de leidingen op. Ga met de leidingdetector over de hele strook waar je gaat boren, en houd er rekening mee dat leidingen meestal recht boven of naast een stopcontact of schakelaar lopen. Dit is de stap die iedereen overslaat en het is de enige stap waarvan het overslaan je honderden euro’s kan kosten.
- Teken de lijn af, niet de gaten. Meet vanaf de vloer, niet vanaf het plafond, want plafonds lopen vaker scheef dan vloeren. Zet twee potloodstreepjes op de gewenste hoogte, leg de waterpas ertussen en trek één doorlopende lijn. Pas daarna markeer je de gaten, met de drager zelf als mal.
- Kies de plug bij de muur. In baksteen en beton werkt een nylon plug van 8 of 10 millimeter prima. In gasbeton heb je een speciale gasbetonplug nodig, want een gewone plug draait daar zo weer uit. In gipsplaat gebruik je hollewandpluggen of Molly-pluggen, en dan nog geldt: gips draagt niets. Zit er een houten of metalen stijl achter, dan schroef je daarin en heb je geen plug nodig. Kun je geen stijl vinden op de plek waar je plank moet komen, hang hem dan lager of ergens anders, want een zware plank aan alleen gips gaat er ooit uit komen, en meestal midden in de nacht.
- Boor haaks en op diepte. Houd de boor loodrecht op de muur en plak een stukje tape op de boor als dieptemarkering. Een gat dat schuin loopt maakt dat de plank altijd een beetje naar voren of naar achteren wijst, en dat krijg je later niet meer recht.
- Blaas of zuig het gat schoon. Boorstof in het gat betekent dat de plug niet volledig grijpt. Het duurt vijf seconden en het scheelt de helft van de houdkracht.
- Zet de dragers vast en controleer ze los van elkaar. Leg de waterpas op de pennen zelf, niet op de plank, en controleer ook of ze even ver uit de muur steken. Steekt er één een centimeter verder uit, dan staat je plank straks scheef naar voren.
- Schuif de plank erop. Zit hij strak, klop hem dan aan met een rubberen hamer of een stuk hout ertussen, nooit rechtstreeks met een metalen hamer. De meeste dragers hebben een stelschroefje aan de onderkant waarmee je de plank vastzet; draai dat aan, anders trekt de plank mee als iemand er iets vanaf pakt.
- Belast hem stapsgewijs. Leg de eerste dag niet meteen alles erop. Zet er wat gewicht op, kijk de volgende ochtend of de lijn nog recht is, en vul dan pas verder. Zakt er iets, dan weet je nu dat er iets mis is en niet als de vaas er al op staat.
Waarom een plank alsnog gaat hangen
Als een zwevende plank na een halfjaar doorzakt, zijn het bijna altijd dezelfde drie oorzaken. De plank is te dun, waardoor het hout zelf buigt tussen de dragers. De dragers staan te ver uit elkaar, en dan is de vuistregel dat er om de zestig centimeter een drager hoort te zitten en nooit minder dan twee per plank. Of de plank is te diep voor de bevestiging, waardoor de bovenkant van elke plug langzaam uit de muur wordt getrokken.
Wat mij betreft is die derde de meest onderschatte, want de verleiding is groot om een diepe plank te nemen zodat er meer op past. Ik zou het niet doen. Een ondiepe plank waar één rij boeken op past ziet er in negen van de tien kamers beter uit dan een diepe waar spullen in twee rijen achter elkaar staan. Het is dezelfde logica als bij zwevende meubels in een kleine kamer: de winst zit in de vrije vloer en de doorlopende lijn, niet in de opbergruimte.
Voor de hoogte houd ik meestal aan dat een plank boven een bank op ongeveer dertig tot veertig centimeter boven de rugleuning hangt, en boven een bureau of dressoir op zo’n vijftig centimeter, zodat je er nog onder kunt werken. Hang je meerdere planken, houd er dan één lijn in met iets anders in de kamer, bijvoorbeeld de bovenkant van een deurkozijn of een raam. Datzelfde principe van doorgetrokken lijnen maakt ook het verschil bij gordijnrails die je aan het plafond monteert, en het is een van de weinige interieurregels die ik echt altijd volg.
Wie hier eenmaal doorheen is, merkt dat de stap naar groter werk kleiner is dan gedacht. Boren, pluggen kiezen, waterpas houden en stijlen zoeken zijn precies dezelfde handelingen die je nodig hebt als je een scheidingswand in de garage bouwt. Een plank is in die zin een prima oefening: klein genoeg om binnen een uur klaar te zijn, en groot genoeg om te zien of je het netjes hebt gedaan.