Wie de afgelopen veertig jaar Nederlandse televisie heeft gekeken, kent Robert ten Brink — presentator van Robert ten Brink Live, All You Need Is Love en talloze andere programma’s. Wat minder mensen weten: zijn relatie met zijn buitenruimte heeft zich net zo ontwikkeld als zijn carrière. Hieronder een tijdlijn die volgt hoe iemand met een drukke agenda toch consistent een tuin opbouwt.
Bronnen: publiekelijk gedeelde interviews, krantenartikelen en eigen uitspraken in talkshows. Specifieke adressen blijven privé.
Jaren 80: stadse start en weinig groen
Aan het begin van zijn loopbaan woonde Ten Brink, zoals veel jonge tv-makers in die periode, in en rond Hilversum. Een stadse woning met hooguit een terrasje en wat potten — geen ruimte voor echte tuinambities. In interviews uit die periode komt vooral werk-thematiek terug; de tuin bestond functioneel maar nog niet als hobby.
Jaren 90: eerste echte tuin
Met groeiende bekendheid kwam ook een grotere woning, met een tuin van enkele honderden vierkante meters. In gesprekken uit die tijd vertelt hij dat de tuin vooral een familieplek werd — kinderen die op de trampoline springen, zomeravonden met vrienden. Geen formele Engelse tuin, eerder een ontspannen plek voor het gezin. Borders, gras, een paar oude perenbomen.
Begin jaren 2000: invloed van reisprogramma’s
Programma’s als All You Need Is Love brachten Ten Brink overal ter wereld. Wie veel reist, kijkt anders naar zijn eigen tuin. Mediterrane elementen — olijfboom, lavendel, een pergola — werden populairder in Nederlandse achtertuinen in die periode en je ziet die invloed terug in tuin-foto’s uit interviews uit die jaren.
2010-2015: rust en verzamelen
Naarmate hij ouder werd en de programma’s iets minder fanatiek, kwam er meer tijd voor de tuin. In meerdere interviews vertelt hij over het plezier van fysiek bezig zijn buiten — schoffelen, snoeien, planten verplaatsen. Een veelgehoord patroon bij creatieve mensen die hun hele leven met hun hoofd hebben gewerkt: de tuin als tegenbeweging tegen de schermen en de drukte.
2016-2020: landelijker wonen
Verschillende publicaties hebben gemeld dat Ten Brink in deze periode landelijker is gaan wonen, met meer ruimte rondom het huis. Dat betekent ander tuinieren: minder een aangelegde tuin en meer een overgang van tuin naar weide. Onderhoudstechnisch een geheel andere uitdaging — natuurvriendelijk maaien, biodiversiteit, omgaan met wild — dan een postzegeltuin in de Randstad.
2021-2024: focus op natuurlijke tuin
De algemene trend onder tuinliefhebbers richting natuurlijker tuinieren — minder gemaaid gras, meer bloeiende vaste planten, beleidsvol omgaan met regenwater — zie je ook bij Ten Brink. In gesprekken benoemt hij weleens hoe hij gefascineerd is door wat er na een paar jaar “niet ingrijpen” spontaan ontstaat: insecten, vogels, planten die hij zelf nooit zou hebben gepland.
2025-2026: rustig moestuinieren
In recente interviews komt steeds vaker een moestuintje voorbij — bonen, tomaten, kruiden. De typische tuin-evolutie van veel mensen op latere leeftijd: van decoratief naar productief, van indruk maken naar zelf eten. Niets opzienbarends, en juist daarom herkenbaar voor veel kijkers.
Reflectie op de tijdlijn
Wat opvalt aan deze opeenvolging is dat de tuin meegegroeid is met de levensfase, niet andersom. Stadse start, gezinstuin, mediterrane experimenten, landelijke ruimte, natuurlijk tuinieren, moestuin. Het is de boog van een mens die zijn omgeving telkens lichtjes aanpast aan waar hij op dat moment is, in plaats van een tuin als statement-project te zien.
Voor iedereen die nu nog ergens in die boog zit — stadse start of mediterrane fase — is dat een geruststellend voorbeeld. Een tuin hoeft geen masterplan te zijn. Hij mag wat zijn eigen leven gaan leiden, terwijl jij ondertussen ouder wordt.
Wat een tuin betekent voor iemand met een publiek beroep
Een patroon dat in interviews met veel media-mensen terugkomt: thuis is letterlijk de plek waar de camera uit is. De buitenruimte krijgt in die rol een extra dimensie — geen werk-tuin maar een herstel-tuin. Wat opvalt aan Ten Brink in vergelijking met sommige collega’s is dat hij die tuin nooit als statement-project lijkt te hebben gebruikt. Geen interviews in zijn rosarium, geen tv-shoots in zijn moestuin. Het blijft een persoonlijke plek, en dat is zelf een keuze.
Voor wie zelf een drukke baan combineert met een tuin: dat onderscheid is leerzaam. Een tuin hoeft niet productief te zijn, hoeft niet showclub te zijn, hoeft niet te excelleren in iets. Zelfs alleen al de plek zijn waar de telefoon niet ligt, is een functie.
Wat we niet weten — en waarom dat OK is
Veel van wat hierboven staat is verzameld uit publieke fragmenten en interviews. Het exacte huidige adres, de huidige tuin-grootte, of er een binnenhuis-architect heeft meegewerkt — dat is niet bekend, en daar moet het bij blijven. Een artikel als dit is een uitnodiging om iemand met respect te volgen via wat hij of zij zelf wil delen, niet een diepteonderzoek naar privé-zaken.
Wat we wel weten — en wat de moeite waard is — is de boog. Stadsbalkon, gezinstuin, mediterrane experimenten, landelijke groei, natuurlijk tuinieren, moestuin. Een levensbeweging in plantvorm.